antidepressiva

Antidepressiva bij een depressie

Bij een ernstige depressie worden vaak medicijnen voorgeschreven die de klachten van een depressie verminderen. Deze medicijnen worden ook wel antidepressiva genoemd. Wanneer een behandeling zonder medicatie te weinig helpt, kunnen antidepressiva ook ingezet worden.

Hoe werken antidepressiva

Antidepressiva hebben invloed op het evenwicht tussen bepaalde stofjes in de hersenen. Hierdoor verminderen vaak de klachten bij een ernstige depressie. Je krijgt meer plezier in de dingen die je doet en je wordt minder somber. Antidepressiva werken ook goed tegen angsten. Meestal merk je na 3 tot 4 weken dat de medicijnen gaan werken. Tot die tijd kun je eventueel een kalmeringsmiddel gebruiken. Deze middelen helpen direct tegen slapeloosheid en onrust. Helaas zijn ze wel verslavend, dus je kunt ze maximaal 2 weken gebruiken.

Voorbeelden van antidepressiva zijn: citalopram, sertraline, fluoxetine, amitriptyline, paroxetine en nortriptyline. Overigens kunnen zelfzorgmiddelen zoals NSAID’s, valeriaan en sint-janskruid de werking van de antidepressiva beïnvloeden. Als je deze middelen gebruikt, bespreek dit dan altijd met je huisarts.

Hoe gaat het verder?

Zoals gezegd, werken de medicijnen tegen depressie vaak pas na een paar weken. In het begin van de behandeling kom je daarom elke 1 tot 2 weken bij de (huis)arts om te bespreken hoe het gaat. Eventueel kan de dosering aangepast worden. Begint het medicijn te werken? Dan kun je het beste nog minimaal 6 maanden ermee doorgaan. Helpt de antidepressiva niet goed genoeg? Dan is een ander medicijn een optie.

Stoppen met antidepressiva

Wanneer het beter met je gaat, kun je overwegen te stoppen met het medicijn. Doe dit altijd in overleg met de huisarts en stop niet ineens. Bouw het altijd geleidelijk af. Direct stoppen of te snel afbouwen kan ernstige klachten geven. Gebruik ze ook niet om de dag, ook dat kan tot klachten leiden. Je lichaam heeft echt de tijd nodig om te wennen aan elke verandering.

Klachten die je kunt krijgen door te snel afbouwen zijn bijvoorbeeld:

  • Angst, onrust
  • Misselijkheid
  • Duizeligheid
  • Een grieperig gevoel
  • Snel geïrriteerd zijn
  • Slaapproblemen

Hoe bouw je dan goed af? Dit kan door bijvoorbeeld iedere 4 weken de helft van de dosis te nemen. Maar het verschilt per persoon en per medicijn wat de beste methode is. Overleg dit altijd met je huisarts.

Wanneer naar de huisarts

Heb je last van klachten, overleg dan altijd met de huisarts. Zijn de klachten ernstig? Dan kun je het beste weer je vorige dosis slikken en hierna met een langzamer afbouwschema beginnen. Heb je lichte tot matige klachten? Dan kan een ander medicijn tijdelijk helpen bij je klachten.

Heb je een of meer van de volgende klachten? Neem dan contact op met je huisarts:

  • Een grieperig gevoel
  • Psychische klachten zoals snel geïrriteerd zijn, angst, somberheid, agressief reageren, achterdochtig zijn
  • Buikpijn, misselijkheid en diarree
  • Slaapproblemen
  • Trillen, gevoelsstoornissen
  • De depressie en angst komen terug

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *